|
Action
- (1) De mogelijkheid om te handelen. Als een speler zich niet lijkt
te realiseren dat hij aan de beurt is, zegt de dealer ‘Your action, sir
(uw actie, meneer)’. (2) Bets en raises. 'Als er een derde harten op
tafel wordt gelegd en er veel actie is, kun je ervan uitgaan dat iemand
de flush heeft.' Ante
- Een klein deel van een bet die door iedere speler wordt ingezet om
de pot te spekken aan het begin van een pokerhand. In de meeste
Hold’em-varianten is er geen ante. In deze varianten worden blinds
gebruikt om de pot te vullen.
All-In
- Een van de bekendste poker termen; iemand gaat all-in wanneer hij of zij zonder chips komt te zitten
tijdens het betten of callen. In table stakes-varianten mag een speler
tijdens een hand maximaal betten wat hij of zij aan het begin van de hand
op tafel heeft liggen. Als de speler geen chips meer heeft, wordt er een
side-pot gecreëerd waarin hij of zij geen belang heeft. De speler kan
echter wel de pot winnen waarvoor hij of zij nog chips had. Voorbeeld:
‘Arme Bob. Hij had een four of a kind tegen een full house, maar hij ging
al in de tweede betronde all-in.’
Backdoor
- Zowel de turn als de river gebruiken om een winnende hand te maken.
Stel dat je de volgende kaarten hebt: A-7. De flop is A-6-4. Je bet en er
wordt gecalld. De turn is de T, die iedereen checkt. De river is
vervolgens een J. Je hebt nu een 'backdoor' nut flush gemaakt. Zie ook
'runner'.
Bad Beat
- Wanneer een hand die een zware underdog is een zwaar favoriete hand
verslaat. Deze term wordt doorgaans gebruikt om te impliceren dat de
winnaar van de pot eigenlijk helemaal niet meer in de pot had mogen
zitten en er met het grootste geluk van de wereld in is geslaagd de enige
kaart te trekken waarmee hij of zij de pot zou winnen. We geven hier geen
voorbeelden omdat je die nog vaak genoeg zult horen in je pokercarrire.
Big Blind (Grote blind)
- De grotere van de twee blinds die doorgaans worden gebruikt in
Hold'em-poker. De grote blind is doorgaans even groot als de volledige
bet in de eerste ronde. Zie ook 'blind' en 'small blind'.
Blank
- Een gemeenschappelijke kaart waaraan geen van de spelers iets lijkt te
hebben. Als de flop A-J-T is, dan wordt de turnkaart 2 beschouwd als een
blank. Dit geldt niet voor de 2.
Blind
- Een verplichte bet (of gedeeltelijke bet) die door een of meer spelers
moet worden ingelegd voordat de kaarten worden gedeeld. Doorgaans worden
blinds ingezet door de twee spelers links van de button. Zie ook 'live
blind'.
Board
- Ook wel 'tafel'. Alle gemeenschappelijke kaarten in Hold'em-poker: de
flop, turn en river samen. Voorbeeld: 'Er lag geen harten op tafel.'
Bottom Pair
- Een paar met de laagste kaart op de flop. Voorbeeld: als je A-6 hebt en
de flop is K-T-6, dan heb je een bottom pair geflopt.
Burn
- De dealer legt de bovenste kaart gesloten weg. Dit wordt tussen elke
betronde gedaan voordat de volgende gemeenschappelijke kaarten worden
neergelegd. Zo wordt voorkomen dat iemand de volgende kaart op tafel
herkent of kan zien.
Button
- Een wit acryl schijfje waarmee wordt aangegeven wie de (aangewezen)
dealer is. Deze term wordt ook gebruikt om naar de speler op de button te
verwijzen. Voorbeeld: 'De button heeft geraised.'
Buy -
(1) Als in 'buy the pot' (de pot kopen): bluffen, de pot proberen te
kopen zonder dat iemand met je meegaat. (2) Als in 'buy the button' (de
button kopen): betten of raisen in de hoop dat spelers tussen jou en de
button folden zodat je als laatste aan de beurt bent in volgende
betronden.
Call
- Een geldbedrag dat de meest recente bet of raise evenaart in de pot
stoppen. De term 'zien' (zoals in 'Ik wil die bet zien.') is tevens een
gangbare term.
Call Station
- Een zwak-passieve speler die vaak callt, maar niet vaak raiset of
foldt. Dit soort spelers wil je graag in je spel hebben.
Cap -
De laatst toegestane raise in een betronde inzetten. Dit is doorgaans de
derde of vierde raise. Dealers in California zijn er dol op 'Capitola' of
'Cappuccino' te zeggen.
Case
- De laatste kaart van een bepaalde waarde in een kaartdeck.
Bijvoorbeeld: 'De flop was J-8-3; Ik heb pocket boeren, hij heeft pocket
8-en, en dan valt de case acht op de river, en hij verslaat mijn full
house.'
Center Pot
- De eerste pot die gecreerd wordt gedurende een pokerhand, dit in
tegenstelling tot n of meer 'side'-pots die gecreerd worden als n of meer
spelers all-in gaan. Ook wel 'main pot' (hoofdpot) genoemd.
Checken
- (1) Ook een van de meest voorkomende poker termen; niet betten, met de mogelijkheid om later in de betronde te callen
of raisen. Equivalent aan nul dollar betten. (2) Check is ook een ander
woord voor chip, zoals in pokerchip.
Check-Raise
- Checken en daarna raisen als er een speler na je bet. Zo af en toe zul
je mensen horen zeggen dat dit geen eerlijk of ethisch poker is. Onzin.
Bijna alle casino's staan check-raisen toe, en het is een belangrijke
pokertactiek. Het is vooral handig in low-limit Hold'em waar je extra
kracht nodig hebt om het veld wat in te perken als je de beste hand hebt.
Cold Call
- Meer dan n bet in een actie callen. Bijvoorbeeld, stel dat de eerste
speler na de big blind raiset. Dan moet elke speler die hierna in actie
komt twee bets 'cold' (koel) callen. Dit is anders dan wanneer je een
enkele bet callt en daarna een daaropvolgende raise callt.
Come Hand
- Een drawing hand (waarschijnlijk van de crapsterm).
Community Cards
- Gemeenschappelijke kaarten - Kaarten die open op de pokertafel worden
gepresenteerd en gedeeld worden door de spelers in varianten zoals
Hold'em and Omaha. Er wordt ook wel aan gerefereerd als boardkaarten of
'het board'.
Complete Hand
- Een hand die gedefinieerd wordt door alle vijf kaarten - een straight,
flush, full house of een straight flush.
Connector
- Een starthand in Hold'em waarbij twee kaarten opeenvolgend in waarde
zijn. Voorbeelden: K-Qs (Koning-Vrouw suited), 7-6.
Counterfeit
- Je hand minder waard maken doordat boardkaarten ze dupliceren.
Voorbeeld: je hebt 8-7 en de flop is 9-T-J, dus je hebt een straight. Nu
komt er een 8 op de turn. Dit heeft je hand minder waard gemaakt en maakt
hem eigenlijk bijna waardeloos.
Crack
- Een hand verslaan - normaal gesproken een zeer goede hand. Je hoort dit
meestal over pocket azen: 'De derde keer vanavond dat mijn pocket azen
zijn gecrackt.'
Cripple
- Als in 'het deck kreupel maken'. Dit betekent dat je de meeste of alle
kaarten hebt die iemand zou willen hebben in combinatie met het huidige
board. Als je pocket koningen hebt, en de andere twee koningen komen op
de flop, dan heb je het deck gecrippled (kreupel gemaakt).
Dealer
- De speler in een pokerspel die in werkelijkheid (of in theorie) de
kaarten deelt. Wanneer er een professionele dealer (casino of cardroom)
of geautomatiseerde dealer (online) aanwezig is, dan is het nodig om de
speler te identificeren die de kaarten zou delen, omdat de blinds en de
betactie links van de dealer beginnen. Dit wordt gedaan door gebruik te
maken van een marker die 'dealerbutton' wordt genoemd en die de tafel
kloksgewijs rondgaat, voortbewegend naar de volgende speler nadat iedere
hand voltooid is.
Dog -
Kort voor 'underdog'.
Dominated Hand
- Een hand die bijna altijd zal verliezen tegen een betere hand die
mensen meestal zullen spelen. Bij voorbeeld, K-3 wordt 'gedomineerd' door
K-Q. Met uitzondering van rare flops (bv. 3-3-X, K-3-X) zal deze hand
altijd verliezen van K-Q.
Draw
- Een hand spelen die nog niet goed is, maar goed zou kunnen worden als
de juiste kaarten vallen. Voorbeeld: 'Ik ben er nog niet - ik ben aan het
drawen'. Wordt ook wel als zelfstandig naamwoord gebruikt. Voorbeeld: 'Ik
moet callen want ik heb een goede draw.'
Draw Dead
- Een hand proberen te maken die, zelfs wanneer je hem maakt, de pot toch
niet zal winnen. Als je een flush probeert te maken, en je tegenstander
heeft al een full house, dan ben je 'drawing dead'. Dit is een slechte
positie om in te zitten..
Equity
- Je 'rechtmatige' deel van een pot. Als de pot $ 80 bevat, en je hebt
50% kans om hem te winnen, dan heb je $ 40 equity in de pot. Deze term is
enigszins fantasierijk want je wint $ 80 of helemaal niets, maar het
geeft je een idee hoeveel je kunt 'verwachten' te winnen.
Expectation
- (1) Verwachting. (1) De hoeveelheid die je gemiddeld verwacht te
verdienen als je op een bepaalde manier speelt. Bijvoorbeeld, stel je
stopt $ 10 in een pot van $ 50 pot om naar een hand te kunnen drawen die
je 25% van de tijd ook maakt, en je wint er elke keer mee als je hem
maakt. Drie van de vier keer maak je de hand niet, en iedere keer verlies
je $ 10 met een totaal van $ 30. De vierde keer, maak je je hand, en win
je $ 50. Je totale verdienste over deze vier handen is dan $ 50 - $ 30 =
$ 20, een gemiddelde van $ 5 per hand. De $ 10 call heeft dus een
positieve verwachting van $ 5. (2) De hoeveelheid die je in een bepaalde
periode aan de pokertafel verwacht te verdienen. Veronderstel dat je met
100 uur spelen $ 527 wint. Dan is je verwachting $ 5,27/uur. Natuurlijk
zul je niet elk uur exact dat bedrag verdienen (sommige uren zul je zelfs
geld verliezen), maar het is een maat voor je verwachte verdiensten.
Extra Blind
- Een blind die door een speler ingebracht wordt die net aan het spel
begint, terugkeert aan de tafel, of anderszins zijn positie aan de tafel
verandert. Zie ook 'blind'en 'post'.
Familypot
- Een pot waarin alle (of bijna alle) spelers vr de flop callen.
Fast
- Als in 'play fast' (fast spelen). Een hand agressief spelen, zoveel
mogelijk betten en raisen. Voorbeeld: 'Als je een set flopt maar er is
een mogelijke een flush draw, dan moet je fast spelen'.
Favorite
- Een pokerhand die statisch gezien favoriet is om te winnen.
Flop
- De eerste drie gemeenschappelijke kaarten; open en samen neergelegd.
Folden
- Elke kans verspelen om in het poker de huidige pot te winnen. Je hand
neerleggen of weggooien in plaats van een bet callen of raisen.
Foul
- Een hand die om de n of andere reden niet gespeeld mag worden. Een
speler met een foule-hand kan op geen enkel deel van de pot aanspraak
maken. Voorbeeld: 'Hij had drie kaarten na de flop, dus de dealer
verklaarde zijn hand 'foul' (ongeldig).'
Free Card
- Een turn- of riverkaart die je niet hoeft te callen of betten wegens
het spel van eerder in de hand (of vanwege je reputatie bij je
tegenstanders). Bijvoorbeeld, als je op de button zit en je raiset als je
een flush draw flopt, dan zouden je tegenstanders naar je toe kunnen
checken op de turn. Als je een flush maakt op de turn kun je betten. Als
je 'm niet krijgt op de turn dan kun je ook checken, en de riverkaart
'gratis' zien.
Free Roll
- Een speler maakt kans om een totale pot te winnen terwijl hij op het
moment gelijk staat met een andere speler (twee handen van gelijke
waarden). Bijvoorbeeld, stel dat je A-Q hebt en je tegenstander heeft
A-Q. De flop is Q-5-T . Je zit op dit moment in een tie met je
tegenstander, maar je bent aan het freerollen omdat jij de hele pot kunt
winnen en je tegenstander niet. Als er geen klaveren valt, dan deel je de
pot met hem; als die wel valt, dan win jij de hele pot.
Gutshot Straight
- Een straight die 'van binnen' gemaakt wordt. Als je 9-8 hebt, de flop
is 7-5-2, en de turn is een 6, dan heb je je gutshot straight gemaakt.
Heads Up
- Een pot waar maar twee spelers om strijden. Voorbeeld: 'Het was
heads-up vanaf de turn.'
Hit -
Als in 'ik hitte op de flop', waarmee bedoeld wordt dat de flop kaarten
bevat die je hand helpen. Als je A-K hebt, en de flop komt met K-7-2, dan
hitte je op de flop.
Hole Cards
- Kaarten die gesloten aan een speler gedeeld worden - meest gebruikt om
de eerste twee spelerskaarten in Hold'em te beschrijven en de eerste vier
spelerskaarten in Omaha.
House
- De organisatie die het spel organiseert. Voorbeeld: 'De $ 2 die je op
de button plaatst gaat naar het huis.
Implied Odds
- Pot-odds die op dit moment niet bestaan, maar in je berekeningen
ingecalculeerd kunnen zijn vanwege de bets die je verwacht te winnen als
je je hand maakt. Bijvoorbeeld, je zou kunnen callen met een flush draw
op de turn ondanks dat de pot je niet echt een 4:1 kans biedt (je kans om
de flush te maken), omdat je er zeker van bent dat je op de river een bet
kunt winnen van je tegenstander als je je flush maakt.
Inside Straight Draw
- Een bepaalde kaart nodig hebben om een straight te maken. Bijvoorbeeld,
een speler met een 9-5 hand en 2-7-6 op het board kan een straat maken
met elke 8. Dit staat ook bekend als een gutshot straight draw.
Jackpot
- Een speciale bonus die betaald wordt aan de verliezer van een hand als
zijn zeer goede hand verslagen wordt. In Hold'em moet de 'verliezer'
doorgaans minstens met een full house met azen verslagen worden. In een
aantal van de grote Zuid-Californische kaartclubs zijn jackpots al groter
dan $ 50.000. Natuurlijk wordt de jackpot opgebouwd met de rake die van
het spel wordt genomen.
Kicker
- Een bijkaart die gebruikt wordt om de beste van twee bijna gelijke
handen vast te stellen. Bijvoorbeeld je hebt A-K en je tegenstander heeft
A-Q. Als er op de flop een aas valt, hebben jullie allebei een paar azen,
maar jij hebt een koning als kicker. Kickers kunnen van cruciaal belang
zijn in Hold'em.
Live Blind
- Een gedwongen bet die door n of meer spelers ingezet moet worden voor
er kaarten gedeeld worden. 'Live' betekent dat deze spelers nog steeds de
mogelijkheid hebben om te raisen wanneer zij aan de beurt zijn.
Maniac
- Een speler die vaak hyperaggressief raiset, bet en bluft. Een echte
maniak is geen goede speler, maar gokt gewoon vaak. Echter, een speler
die zich af en toe als een maniak gedraagt en zijn tegenstanders in
verwarring brengt is behoorlijk gevaarlijk.
Muck
- De stapel gefolde en verbrande kaarten die voor de dealer liggen.
Voorbeeld: 'Zijn kaarten raakten de muck dus de dealer besliste dat ze
gefold waren ondanks dat de man zijn kaarten terug wilde.' Wordt ook wel
als werkwoord gebruikt. Voorbeeld: 'Hij had geen outs dus hij muckte zijn
hand.'
No-Limit
- Een versie van poker waarbij de speler elke hoeveelheid chips mag
betten (tot en met de hoeveelheid die voor hem staat) wanneer het zijn
beurt is. Het is een heel ander spel dan Limit-poker. De beste
beschouwing over No-Limit poker staat in Doyle Brunson's Super System.
Nuts
- Gezien het board de best mogelijke hand. Als het board K-J-T-4-2 is,
dan is A-X de nuts. Je zult af en toe de term toegepast horen op de best
mogelijke hand in een bepaalde categorie, ook al is het niet de overall
nuts. Voor het voorbeeld hierboven zou iemand met A-Q kunnen zeggen dat
hij de 'nut straight' heeft.
Offsuit
- Een starthand in Hold'em met kaarten van twee verschillende suits.
One-Gap
- Een starthand in Hold'em met twee kaarten die in waarde twee van elkaar
verschillen. Voorbeelden: J-9s (Boer-9 suited), 6-4.
Open-Ended Straight Draw
- En van de twee kaartwaardes nodig hebben om een straight te maken.
Bijvoorbeeld, een speler die 9-8 heeft met 2-7-6 op het board kan een
straight maken met een tien (6-7-8-9-T) of met een vijf (5-6-7-8-9). Dit
staat ook bekend als een up-and-down straight draw
Out -
Een kaart die ervoor zorgt dat jouw hand wint. Meestal in meervoud
gebruikt. Bijvoorbeeld: 'Elke schoppen zal een flush maken, dus ik heb
negen outs.'
Outrun
- Verslaan. Bijvoorbeeld: 'Susie versloeg mijn set toen haar flushkaart
op de river viel.'
Overcall
- Een bet callen nadat n of meerdere spelers al hebben gecalld.
Overcard
- Een kaart die hoger is dan enig andere kaart op het board.
Bijvoorbeeld, als je A-Q hebt en de flop komt met J-7-3, dan heb je geen
pair, maar je hebt wel twee overcards (overkaarten).
Overpair
- Een pocketpair dat hoger is dan enige andere kaart op de flop. Als je
Q-Q hebt en de flop komt met J-8-3, dan heb je een overpair.
Pay Off
- Afbetalen. Een bet callen als degene die bet een hand representeert die
je niet kunt verslaan, maar de pot is groot genoeg om toch een call te
rechtvaardigen. Voorbeeld: 'Hij speelde alsof hij een flush had, maar ik
had de top set dus ik betaalde hem af.'
Play the Board
- Showndown van een hand in Hold'em terwijl je geen betere hand kunt
maken dan er al op tafel ligt. Bijvoorbeeld, als je 2-2 hebt, en op het
board ligt 4-4-9-9-A (geen flush mogelijk), dan moet je 'het board
spelen': de best mogelijke hand die je kunt maken gebruikt geen enkele
van je eigen kaarten. Let op dat als je het board speelt je als beste de
pot kunt verdelen met alle overgebleven spelers.
Pocket
- Jouw unieke kaarten die alleen jij kunt zien. Bijvoorbeeld, 'Hij had
pocket zessen' (een pair), of 'Ik had aas-koning in de pocket.'
Pocket Pair
- Een starthand in Hold'em met twee kaarten van dezelfde waarde, een pair
makend. Voorbeeld: 'Ik had zeven keer hoge pocketpairs in het eerste uur.
Wat kun je nog meer vragen?'
Post
- Een blind inzetten, meestal vereist als je voor het eerst aan tafel
gaat zitten in een spel in de cardroom. Het kan ook zijn dat je verplicht
bent een blind te posten als je van plek verandert aan tafel op zo'n
manier dat je verder van de blinds komt te zitten. Voorbeeld: een speler
verlaat een plek aan een tafel en neemt op zo'n manier een andere plek in
dat hij verder weg zit van de blinds. Hij moet een extra blind posten om
een hand te krijgen. Zie ook 'extra blind'.
Pot-Limit
- Een versie van poker waarbij een speler evenveel kan betten als er in
de pot zit op het moment dat het zijn of haar beurt is. Net zoals
No-Limit is dit een heel ander spel dan Limit-poker.
Pot Odds
- De hoeveelheid geld in de pot vergeleken bij het bedrag dat je in de
pot moet stoppen om te blijven spelen. Bij voorbeeld, stel dat er $ 60 in
de pot zit. Iemand bet $ 6, zodat er nu $ 66 in de pot zit. Het kost je $
6 om te callen, dus je pot-odds zijn 11:1. Als je kans om de beste hand
te hebben minstens 1 op 12 is dan zou je moeten callen. Pot-odds zijn ook
van toepasing op draws. Bijvoorbeeld, stel dat je een draw hebt voor de
nut flush met nog maar n kaart te gaan. In dit geval ben je ongeveer een
4:1 underdog om je flush te maken. Als het je $ 8 kost om de bet te
callen, dan moet er ongeveer $ 32 in de pot zitten om te callen
(inclusief de meest recente bet) om het een juiste call te maken.
Price
- De pot-odds die je krijgt voor een draw of call. Voorbeeld: 'De pot
bood me een voldoende hoge price, dus ik bleef erin met mijn gutshot
straight draw'.
Protect
- (1) Je hand of een chip op je kaarten houden. Dit zorgt ervoor dat ze
niet ongeldig verklaard worden door een losgeraakte kaart, of per ongeluk
gemuckt worden door de dealer. (2) Meer geld in een pot investeren zodat
je blind geld dat je er al ingestopt hebt niet voor 'niets' was.
Voorbeeld: 'Hij zal altijd zijn blinds beschermen, ongeacht hoe slecht
zijn kaarten zijn.'
Quads
- Four of a kind (vier dezelfde kaarten).
Ragged
- Een flop (of board) welke niemand echt lijkt te helpen. Een flop zoals
J-6-2 zou er ragged uitzien.
Rainbow
- Een flop die drie verschillende suits bevat, zodat er op de turn geen
flush gemaakt kan worden. Het kan ook betekenen dat van de vijf kaarten
op het board er maar twee dezelfde suit hebben, dus dat er geen flush
mogelijk is.
Raise
- Het bedrag van de huidige bet verhogen.
Rake
- Een hoeveelheid geld die door de dealer uit elke pot gehaald wordt. Dit
zijn de inkomsten van de cardroom.
Rank
- De numerieke waarde van een kaart (in tegenstelling tot de kaartkleur).
Bijvoorbeeld: 'boer', 'zeven'.
Represent
- Spelen alsof je een bepaalde hand hebt. Bijvoorbeeld, als je voor de
flop geraised hebt, en je raiset weer wanneer er op de flop een aas is
gevallen, dan zou je op zijn minst een aas met een goede kicker kunnen
representeren.
Ring Game
- Een regulier pokerspel, in tegenstelling tot een toernooi. Er wordt ook
wel aan gerefereerd als een 'live'-spel aangezien er om echt geld in
plaats van om toernooichips gespeeld wordt.
River
- De vijfde en laatste gemeenschappelijke kaart, die open, apart
neergelegd wordt. Ook wel bekend als 'fifth street'. Metaforen die
betrekking hebben op de river zijn sommige van poker's meest gekoesterde
clichs, bv. 'Hij verdronk in de river (rivier).'
Rock
- Een speler die heel tight (strak) speelt, niet erg creatief. Hij raiset
alleen met de beste handen. Een echte rock is heel voorspelbaar: als hij
je aan het eind raiset dan kun je zo ongeveer alle kaarten behalve de
nuts weggooien.
Runner
- Doorgaans 'runner-runner' genoemd om een hand te beschrijven die alleen
gemaakt is door de juiste kaarten te krijgen op zowel de turn als de
river. Voorbeeld: 'Hij maakte een runner-runner flush om mijn trips te
verslaan'. Zie ook 'backdoor'.
Scare Card
- Een kaart die de beste hand in rotzooi zou kunnen veranderen. Als je
T-8 hebt en de flop is Q-J-9, dan ben je bijna verzekerd van de beste
hand. Maar, als de turnkaart een T zou zijn, zou dit zeer scary
(beangstigend) zijn omdat het bijna een garantie is dat je verslagen
bent.
Second Pair
- Een pair met de n na hoogste kaart op de flop. Als je A-T zou hebben en
de flop is K-T-6 dan heb je een second pair (tweede paar) geflopt. Zie
'top pair'.
Sell
- Als in 'sell a hand' (een hand verkopen). In een spread-limit spel
betekent dit dat je minder dan het maximum bet als je een heel sterke
hand hebt, hopend dat spelers zullen callen terwijl ze dat niet gedaan
zouden hebben als je maximaal gebet had.
Semi-Bluff
- Een krachtig concept dat voor het eerst bediscussieerd is door David
Sklansky. Het is een bet of raise waarvan je hoopt dat die niet gecalld
wordt, maar je hebt wel wat outs mocht dit toch gebeuren. Een semi-bluff
kan correct zijn als betten voor value niet correct is, een bluff niet
correct is, maar een combinatie van de twee een positieve expectation
(verwachting) kan hebben. Voorbeeld: je hebt K-Q, en de flop is T-5-J.
Als je nu bet, is het een semi-bluff. Je hebt waarschijnlijk niet de
beste hand en zou graag zien dat je tegenstanders meteen folden. Ondanks
dat zou je hand zich toch kunnen verbeteren tot de beste hand als er wel
spelers callen.
Set -
Three of a kind (drie dezelfde kaarten) wanneer je twee kaarten van
dezelfde waarde in je hand hebt en er ligt een derde op het board.
Short Stack
- Een klein aantal chips vergeleken met andere spelers aan tafel. Als er
$ 10 voor je ligt en iedereen aan tafel heeft meer dan $ 100, dan speel
je met een short stack.
Showdown
- Het punt waarop alle overgebleven spelers hun kaarten opendraaien en
vaststellen wie de beste hand heeft - i.e. nadat de vierde betronde
afgerond is. Natuurlijk is er geen showdown als een laatste bet of raise
niet gecalld is.
Side Pot
- Een pot die gecreerd wordt als een speler niet meer genoeg chips heeft
en waarin hij ook geen belang heeft. Voorbeeld: Al bet $ 6, Beth callt de
$ 6, en Carl callt, maar hij heeft nog maar $ 2 over. Er wordt een
sidepot van $ 8 gecreerd die Al of Beth kan winnen, maar Carl niet. Carl
kan echter wel al het geld in de originele of 'center'-pot winnen.
Slow Play
- Een sterke hand spelen alsof hij zwak is zodat er meer spelers in de
hand blijven.
Small Blind (Kleine blind)
- De kleinste van de twee blinds, doorgaans iets dat gebruikt wordt in
een Hold'em-spel. Normaal gesproken is de kleine blind nderde tot
tweederde van de eerste-rondebet. Zie ook 'big blind' (grote blind) en
'blind'.
Smooth Call
- Callen. Smooth call impliceert vaak een sterke hand slowplayen.
Voorbeeld: 'Ik flopte de nut flush maar smooth callde toen de man voor me
bette - ik wilde niemand afschrikken.'
Split Pot
- Een pot die door twee of meer spelers gedeeld wordt omdat ze
gelijkwaardige handen hebben.
Split Two Pair
- Een hand van twee paar waarbij n van elke kaartwaarde ook op het board
verschijnt. Voorbeeld: Je hebt T9, de flop is T-9-5, je hebt een split
two pair. Dit in vergeljking met two pair waarbij er een pair op het
board ligt. Voorbeeld: Je hebt T9, de flop is 9-5-5.
Spread-limit
- Een bet-structuur waarbij een speler in elke betronde elk bedrag binnen
een range kan betten. Een typische spread-limitstructuur is $ 2-$ 6,
waarbij een speler in elke betronde zo weinig als $ 2 of zoveel als $ 6
kan betten.
Straddle
- Een optionele extra blind, doorgaans gedaan door de speler die n plaats
links van de big blind zit, gelijk aan twee maal de big blind. Dit is
effectief gezien een raise, en dwingt elke speler die wil spelen twee
bets te betalen. Bovendien is de straddler het laatst aan zet voor de
flop en kan dus 're-raisen'.
String Bet
- Een bet (eigenlijk meer een raise) waarbij een speler al de chips die
nodig zijn voor de raise, niet in n beweging in de pot krijgt. Tenzij hij
verbaal een raise aankondigt kan hij gedwongen worden de raise in te
trekken en slechts te callen. Dit voorkomt onethisch spel waarbij iemand
genoeg chips neerzet om te callen, te zien wat het effect daarvan is, en
dan mogelijk te raisen.
Structured
- Dit wordt gebruikt om een bepaalde betstructuur in pokervarianten toe
te passen. De typische definitie van een gestructureerd Hold'em-spel is
een vast bedrag voor bets en raises vr de flop en op de flop, en dan twee
keer dat bedrag op de turn en de river. Bijvoorbeeld: Een $ 2-$ 4
structured Hold'em-spel: Bets en raises van $ 2 preflop en op de flop; $
4 bets en raises op de turn en de river.
Suited
- Een Hold'em starthand waarbij je twee kaarten dezelfde suit hebben.
Voorbeeld: 'Ik moest J-3 wel spelen - ze waren suited'.
Table Stakes
- Een regel in poker die inhoudt dat een speler tijdens een hand geen
extra geld uit zijn portemonnee bij mag pakken. Hij mag alleen het geld
dat voor hem op tafel ligt in de huidige pot investeren. Als zijn chips
gedurende de hand opraken wordt een side pot (bijpot) gecreëerd waarin
hij geen aandeel heeft. Al het casinopoker wordt met table stakes
gespeeld. De definitie houdt soms ook in dat een speler gedurende een
spel geen chips mag verwijderen van de tafel. Alhoewel aan deze regel
misschien niet gerefereerd wordt als 'table stakes', is hij bijna
algemeen in al het openbare poker van kracht.
Tell
- Een aanwijzing of hint die een speler onbewust geeft over de sterkte
van zijn hand, zijn volgende actie, etc. Zou oorspronkelijk van
'telegraph' kunnen komen of het voor de hand liggende gebruik dat hij je
'tells' (vertelt) wat hij gaat doen voordat hij het daadwerkelijk doet.
Tilt
- Wild of roekeloos spelen. Van een speler wordt gezegd dat hij op tilt
is wanneer hij niet op zijn best speelt, teveel handen speelt, wilde
blufs probeert, raiset met slechte handen, etc.
Time
- (1) Een verzoek van een speler om het spel stil te leggen terwijl hij
beslist wat hij gaat doen. Simpelweg, 'Time, please!' ('Tijd
alstublieft!'). Als een speler niet om tijd vraagt en er is een
behoorlijke hoeveelheid actie na hem, dan kan de dealer beslissen dat de
speler gefold heeft. (2) Een hoeveelheid geld verzameld op de button of
elk half uur door de cardroom. Dit is een andere manier voor het huis om
geld te verdienen (zie ook 'rake').
Toke
- Een kleine hoeveelheid geld (doorgaans $ 0,50 of $ 1) die de winnaar
van een pot aan de dealer geeft. Tokes vertegenwoordigen vaak het
belangrijkste deel van het inkomen van een dealer.
Top Pair
- Een pair met de hoogste kaart op de flop.
Top Set
- De hoogst mogelijke trips (drie dezelfde kaarten).
Top Two
- Twee pair, door met je twee gesloten kaarten pairs te vormen met de
hoogste twee kaarten op tafel.
Top and Bottom
- Twee pair, door met je twee gesloten kaarten pairs te vormen met de
hoogste en de laagste kaart op tafel.
Trips
- Three of a kind (drie dezelfde kaarten).
Turn
- De vierde gemeenschappelijke kaart, die open en apart neergelegd wordt.
Ook bekend als 'fourth street'.
Under the Gun
- De positie van de speler die als eerste in actie komt in een betronde.
Bijvoorbeeld, als je direct links naast de grote blind zit ben je preflop
'under the gun'.
Underdog
- Een persoon of hand die mathematisch gezien niet favoriet is om de pot
te winnen. Bijvoorbeeld, als je vier kaarten voor je flush flopt, dan ben
je een 2:1 underdog om je flush te maken op de river (dat betekent dat je
je flush eens in de drie keer zult maken). Zie ook 'dog'.
Value
- Als in 'valuebet'. Dit betekent dat je graag zou willen dat je
tegenstanders je bet callen (in tegenstelling tot bluffen). Meestal is
dat omdat je de beste hand hebt. Echter, het kan ook een draw zijn die,
mits er genoeg callers zijn, een positieve verwachtingswaarde heeft.
Variance
- Een maat voor de bewegingen naar boven en beneden ('up- en downswings')
die je bankroll doormaakt. Variance (variantie) is niet per se een maat
voor hoe goed je speelt. Echter, hoe hoger je variance, des te grotere
verschuivingen je zult zien in je bankroll.
Deze woordenlijst is afkomstig uit 'Winning
Low Limit Hold'em' van Lee Jones
Bron: PokerStars.nl |